Oefeningen

Kies uw niveau, oefen

49 64
Begroetingen

Basisbegroetingen zoals hallo, hoe gaat het

49 64
Getallen

Getallen van 1-100 en hun gebruik

54 70
Kleuren

Basiskleuren en dagelijks gebruik

49 64
Dagen en Maanden

Dagen van de week en maanden van het jaar

46 59
Familie

Familieleden en verwantschapstermen

52 66
Voedsel

Basis eten en drinken

51 64
Plaatsen

Plaatsen zoals school, ziekenhuis, supermarkt

52 66
Werkwoorden

Meest gebruikte basiswerkwoorden

47 59
Tijden

Tegenwoordige, verleden en toekomende tijd

45 58
Voegwoorden

Zinsverbindende woorden

49 61
Winkelen

Uitdrukkingen voor supermarkt en winkels

46 58
Gezondheid

Dokter, apotheek en gezondheidstermen

49 61
Routebeschrijving

De weg vragen en uitleggen

47 59
Werkleven

Sollicitatie en kantoortaal

49 61
Formele Correspondentie

Formele brieven en e-mails

50 62
Uitdrukkingen

Nederlandse uitdrukkingen en spreekwoorden

50 62
Inburgering

Voorbereiding op het inburgeringsexamen

48 60
Cultuur

Nederlandse cultuur en tradities